5 + 1 friettips voor goudgele, krokante frieten

1. Gebruik bloemige aardappelen
De zachte binnenkant en het krokante korstje van de Belgische friet zijn het resultaat van het zetmeel in de aardappelen. Maak je zelf frieten, kiesen dan loskokende (bloemige) aardappelen zoals een Bintje, want die hebben een hoog zetmeelgehalte. Als je kan kiezen, pik er dan de grotere exemplaren uit zodat je mooie, lange frieten kan snijden.

2. Snijd je frieten dik genoeg
De perfecte friet snijden is niet alleen een kwestie van lengte, maar vooral van breedte. De meeste frituristen in België snijden ze 13 mm dik.

3. Spoelen of niet?
De regel is dat je dikke frieten niet spoelt. Het water zou namelijk al het zetmeel dat aan je frieten hangt, wegspoelen. En dat heb je dus nodig voor knapperige frieten.

4. Voorbakken
Bak je rauwe frieten 5 minuten voor op 140°C. Zo pocheer je ze tot ze binnenin gaar en zacht zijn. Hoe dikker je frieten, hoe langer ze nodig hebben in het frietvet. Laat de voorgebakken frieten daarna goed uitlekken op een vel keukenpapier en afkoelen tot kamertemperatuur. Hoe groter het temperatuurverschil tussen de frieten en het frituurvet bij het afbakken, hoe krokanter het resultaat.

5. Afbakken
Verwarm je frituurvet tot 180°C en bak de frieten tot ze goudbruin zien. Bak zeker niet al je frieten in een keer, maar bak liever meerdere keren kleinere porties zodat je frietvet op temperatuur blijft. Zo hebben de frieten ook genoeg plaats hebben om langs alle kanten mooi krokant te worden. Bak je toch alles ineens, dan riskeer je slappe frieten op je bord.

6. Welk vet doe je in je frietketel?
Het kan zowel met ossenwit als met arachidolie. Wil je ze zoals in de frituur, dan ga je voor optie A — of gebruik je reuzel.


Merci aan Jeroen Meus